Die taco's van gisteren hadden me op een idee gebracht. Ik heb al tijden geen pannenkoeken meer gebakken en dat leek me eigenlijk wel een prima idee voor vandaag.
Vanmiddag dus een pakje katenspek en een goudreinet aangeschaft (de overige benodigdheden had ik wel in huis) en vanavond aan het bakken geslagen. De spek-, appel- en bananenpannenkoeken smaakten inderdaad fantastisch.
Ook eens proberen? Neem dan voor 8-10 kleine of 4-5 grote pannenkoeken:
100 gram bloem, 2 eieren, 3 deciliter melk en veertig gram boter.
Laat de boter in een schaaltje in de magnetron of op de kachel smelten.
Doe de bloem, de eieren en melk in een beslag kom en meng deze tot een glad beslag, voeg als laatste de gesmolten boter toe en roer nog even goed door.
De boter in het beslag zorgt ervoor dat je alleen voor de eerste pannenkoek boter in de pan hoeft te doen, daarna kun je gewoon door blijven bakken zonder extra boter toe te voegen (bakken ze desondanks toch aan dan staat waarschijnlijk het vuur te hoog).
Spekpannenkoeken: verdeel wat reepjes katenspek (ontbijtspek kan ook prima) over de bodem van de pan. Als deze beginnen te krullen er beslag overheen gieten (niet te veel, pannenkoeken horen zo dun te zijn dat je ze nog op kunt rollen) en dit gelijkmatig over de bodem van de pan verdelen. Na een paar minuten is de onderkant goudbruin, keer dan de pannenkoek om en laat de andere kant nog in een minuutje lichtbruin worden.
Fruitpannenkoeken: schil de appel en steek het klokhuis er uit, snijdt de appel, banaan of welk fruit je zelf verkiest in dunne plakjes of partjes. Bestrooi voor appelpannenkoeken de appelschijven eventueel nog met wat kaneel en suiker. Doe beslag in de pan en verdeel dit gelijkmatig over de bodem, leg hierop het fruit. Na een paar minuten is de onderkant goudbruin, keer dan de pannenkoeken en laat de andere kant nog in een minuutje lichtbruin worden (vuur niet te hoog om verbranden of tot moes koken van het fruit te voorkomen).
Krenten/rozijnen pannenkoeken: week de krenten en rozijnen minimaal een uur, spoel ze goed schoon en wrijf ze in een schone theedoek zo goed mogelijk droog. Voeg de krenten en rozijnen direct aan het beslag toe. Meng voor iedere pannenkoek het beslag goed (de krenten en rozijnen hebben de neiging naar de bodem te zakken), doe een schep beslag in de pan en verdeel goed over de bodem van de pan. Na een paar minuten is de onderkant goudbruin, keer dan de pannenkoek en laat de andere kant nog in een minuutje lichtbruin worden.
Serveren met stroop, poedersuiker, jam of wat je verder maar lekker vindt.
Eet smakelijk
Posts tonen met het label Recepten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Recepten. Alle posts tonen
vrijdag, december 11, 2009
maandag, december 29, 2008
Appel (bananen, ananas) flappen (beignets)
Het onderstaande recept is voldoende voor circa 30 stukken fruit.
Appel: 6 goudreinetten. Steek met een appelboor de klokhuizen uit de appels en schil ze. Snijdt ze vervolgens in ringen van ongeveer 1 1/2 centimeter dik (circa 5 per appel). Dep ze even droog en bestrooi ze desgewenst licht met kaneelpoeder.
Ananas: 2 blikken ananasschijven (8 stuks per blik). Haal de schijven uit het blik en laat ze goed uitlekken. Halveer de schijven en dep ze even droog.
Bananen: 8 bananen. Verwijder de schil. Snijdt de bananen door midden en halveer de helften in de lengterichting. (je krijgt dan dus platte, lange strips, niet in vier brokken snijden!)
Voor het beslag: 250 gram bloem, 2 eieren, 1 flesje(3 deciliter) oud bruin bier.
Maak van bloem, eieren en het bier een glad beslag. Verhit de olie/het vet tot 180 graden. Dompel de stukken fruit in het beslag en laat deze voorzichtig in de olie/het vet glijden. (NB: dit recept levert een vrij dun beslag op dat tijdens het overbrengen nogal wil druipen: dek het werkoppervlak dus af met b.v. een oude krant - ik gebruik voor het onderdompelen en overbrengen de vleesvork om te voorkomen dat ik onnodig veel beslag mee schep). Doe niet meer tegelijk in de pan dan gemakkelijk naast elkaar kan drijven. Keer de flappen na circa anderhalve minuut. Schep ze uit de pan als ze rondom goudbruin zijn (NB als je te lang wacht zullen ze barsten, dat kan op zich geen kwaad maar het vet/de olie gaan dan nogal spetteren en de suikers uit het fruit verbranden dan in het vet/de olie wat de kwaliteit daarvan snel terug doet lopen). Leg ze op een met keukenpapier bedekte schaal om uit te lekken.
Bestrooi ze voor het opdienen met ruim poedersuiker. Eet smakelijk.
Appel: 6 goudreinetten. Steek met een appelboor de klokhuizen uit de appels en schil ze. Snijdt ze vervolgens in ringen van ongeveer 1 1/2 centimeter dik (circa 5 per appel). Dep ze even droog en bestrooi ze desgewenst licht met kaneelpoeder.
Ananas: 2 blikken ananasschijven (8 stuks per blik). Haal de schijven uit het blik en laat ze goed uitlekken. Halveer de schijven en dep ze even droog.
Bananen: 8 bananen. Verwijder de schil. Snijdt de bananen door midden en halveer de helften in de lengterichting. (je krijgt dan dus platte, lange strips, niet in vier brokken snijden!)
Voor het beslag: 250 gram bloem, 2 eieren, 1 flesje(3 deciliter) oud bruin bier.
Maak van bloem, eieren en het bier een glad beslag. Verhit de olie/het vet tot 180 graden. Dompel de stukken fruit in het beslag en laat deze voorzichtig in de olie/het vet glijden. (NB: dit recept levert een vrij dun beslag op dat tijdens het overbrengen nogal wil druipen: dek het werkoppervlak dus af met b.v. een oude krant - ik gebruik voor het onderdompelen en overbrengen de vleesvork om te voorkomen dat ik onnodig veel beslag mee schep). Doe niet meer tegelijk in de pan dan gemakkelijk naast elkaar kan drijven. Keer de flappen na circa anderhalve minuut. Schep ze uit de pan als ze rondom goudbruin zijn (NB als je te lang wacht zullen ze barsten, dat kan op zich geen kwaad maar het vet/de olie gaan dan nogal spetteren en de suikers uit het fruit verbranden dan in het vet/de olie wat de kwaliteit daarvan snel terug doet lopen). Leg ze op een met keukenpapier bedekte schaal om uit te lekken.
Bestrooi ze voor het opdienen met ruim poedersuiker. Eet smakelijk.
maandag, december 22, 2008
Oliebollen.
Jetske plaatste eerder deze week een log over kniepertjes en een oud receptenboek van haar grootvader. Dat leidde tot een vraag van Hendrika of er ook een recept voor oliebollen in dat recepten boek stond.
Nu bak ik ieder jaar een grote hoeveelheid oliebollen en aanverwante artikelen dus ik meldde maar vast dat ik eventueel wel een recept had dat niet begon met "Koop een pak oliebollenmix...". Nu blijkt dus dat oliebollen niet in de collectie recepten begrepen is en voel ik mij genoodzaakt mijn recept dan maar hier neer te gooien. Ik ga niet zover terug dat ik net als mijn moeder een emmer beslag maak met behulp van gist die vervolgens een hele tijd afgedekt naast de kachel moet staan om te rijzen, maar ik en de vrienden (die met 8 kinderen) waarvoor ik ieder jaar aan het bakken sla vinden ze toch steeds zeer geslaagd.
Benodigd (afhankelijk van hoe groot je de bollen maakt voor circa 10 naturel of 15 gevulde oliebollen): 250 gram zelfrijzend bakmeel, 2 eieren, 1,5 deciliter melk, geraspte schil van 1 citroen (of 1 dessertlepel citroenrasp van b.v. Dr. Oetker). Voor gevulde bollen nog 150 gram rozijnen (of half om half rozijnen en krenten) en 50 gram gesneden sukade. Sommige mensen zijn minder dol op sukade, die kun je weg laten, verhoog dan de rozijnen/krenten tot 200 gram. Verder nodig: frituurvet/olie (ik gebruik zelf bij voorkeur zonnebloemolie)en een (frituur)pan die voldoende diep is (NB een frituurpan waar het verwarmingselement zich in de pan bevindt is niet geschikt, de bollen zinken eerst naar de bodem en zouden dan aan het element vast bakken), poedersuiker.
Was voor de gevulde bollen de rozijnen en eventueel krenten goed en laat ze enige tijd weken in water, droog ze daarna zo goed mogelijk af in een schone theedoek.
Maak een beslag van bloem, eieren, melk en citroenschil. Voeg voor gevulde bollen als laatst rozijnen/krenten/sukade toe. Je hoort nu een taai/stroperig maar glad beslag te hebben.
Verwarm de olie/het vet tot 190 graden. (verwijder het frituurmandje!),houdt twee lepels even in de hete olie en schep met een van de lepels een schep beslag uit de kom. Dompel deze in de olie en schuif het beslag met de tweede lepel los van de lepel. Doe niet meer bollen tegelijk in de pan dan er makkelijk naast elkaar kunnen liggen. Vergeet niet voor je een volgende portie in de pan doet de lepels eerst weer even in de olie te houden, dat voorkomt dat het beslag al te veel aan de lepels kleeft.
De oliebollen zullen na enige tijd uit zichzelf keren, gebeurd dit niet door bijvoorbeeld een onregelmatige vorm help ze dan even. De oliebollen zijn klaar op het moment dat ze rondom goudbruin zijn. Schep ze met een schuimspaan of spatel (voorkomt dat je veel olie mee schept) uit de olie en leg ze op een met keukenpapier bedekte schaal om ze uit te laten lekken.
Voor het opdienen flink bestrooien met poedersuiker en dan goedgevuld het nieuwe jaar in.
NB: Als je een grote hoeveelheid nodig hebt verdient het aanbeveling het vet/de olie een keer te wisselen. Ik ververs het zelf na circa 12 porties (dat is in mijn pan 60 a 70 bollen)
Nu bak ik ieder jaar een grote hoeveelheid oliebollen en aanverwante artikelen dus ik meldde maar vast dat ik eventueel wel een recept had dat niet begon met "Koop een pak oliebollenmix...". Nu blijkt dus dat oliebollen niet in de collectie recepten begrepen is en voel ik mij genoodzaakt mijn recept dan maar hier neer te gooien. Ik ga niet zover terug dat ik net als mijn moeder een emmer beslag maak met behulp van gist die vervolgens een hele tijd afgedekt naast de kachel moet staan om te rijzen, maar ik en de vrienden (die met 8 kinderen) waarvoor ik ieder jaar aan het bakken sla vinden ze toch steeds zeer geslaagd.
Benodigd (afhankelijk van hoe groot je de bollen maakt voor circa 10 naturel of 15 gevulde oliebollen): 250 gram zelfrijzend bakmeel, 2 eieren, 1,5 deciliter melk, geraspte schil van 1 citroen (of 1 dessertlepel citroenrasp van b.v. Dr. Oetker). Voor gevulde bollen nog 150 gram rozijnen (of half om half rozijnen en krenten) en 50 gram gesneden sukade. Sommige mensen zijn minder dol op sukade, die kun je weg laten, verhoog dan de rozijnen/krenten tot 200 gram. Verder nodig: frituurvet/olie (ik gebruik zelf bij voorkeur zonnebloemolie)en een (frituur)pan die voldoende diep is (NB een frituurpan waar het verwarmingselement zich in de pan bevindt is niet geschikt, de bollen zinken eerst naar de bodem en zouden dan aan het element vast bakken), poedersuiker.
Was voor de gevulde bollen de rozijnen en eventueel krenten goed en laat ze enige tijd weken in water, droog ze daarna zo goed mogelijk af in een schone theedoek.
Maak een beslag van bloem, eieren, melk en citroenschil. Voeg voor gevulde bollen als laatst rozijnen/krenten/sukade toe. Je hoort nu een taai/stroperig maar glad beslag te hebben.
Verwarm de olie/het vet tot 190 graden. (verwijder het frituurmandje!),houdt twee lepels even in de hete olie en schep met een van de lepels een schep beslag uit de kom. Dompel deze in de olie en schuif het beslag met de tweede lepel los van de lepel. Doe niet meer bollen tegelijk in de pan dan er makkelijk naast elkaar kunnen liggen. Vergeet niet voor je een volgende portie in de pan doet de lepels eerst weer even in de olie te houden, dat voorkomt dat het beslag al te veel aan de lepels kleeft.
De oliebollen zullen na enige tijd uit zichzelf keren, gebeurd dit niet door bijvoorbeeld een onregelmatige vorm help ze dan even. De oliebollen zijn klaar op het moment dat ze rondom goudbruin zijn. Schep ze met een schuimspaan of spatel (voorkomt dat je veel olie mee schept) uit de olie en leg ze op een met keukenpapier bedekte schaal om ze uit te laten lekken.
Voor het opdienen flink bestrooien met poedersuiker en dan goedgevuld het nieuwe jaar in.
NB: Als je een grote hoeveelheid nodig hebt verdient het aanbeveling het vet/de olie een keer te wisselen. Ik ververs het zelf na circa 12 porties (dat is in mijn pan 60 a 70 bollen)
zaterdag, oktober 28, 2006
Kippelevertjes "Francesco"
Ik ben me er van bewust dat niet iedereen een liefhebber is van kippelevertjes, maar toch wil ik mijn eigen recept hiervoor maar eens hier neerzetten.
Reken 125-150 gram kippelevertjes per persoon. Overige benodigdheden: spekdobbelsteenjes, een ui, een rode en een groene paprika, knoflook, een goed gevuld kruidenrek, boter of olie en drie koekenpannen (of 2 + een wok)
De verpakking van kippelevertjes bevat soms nogal wat bloed, ik gooi ze daarom altijd eerst even in een vergiet en spoel ze met lauw water af. Daarna dien je ze wel goed uit te laten lekken en tenslotte droog te deppen.
Snijdt de ui fijn, ontdoe de paprika's van de zaadlijsten en snijdt deze in smalle reepjes of in stukjes.
Doe de levertjes in een grote schaal en voeg zout naar smaak toe en vervolgens cayennepeper, wat paprikapoeder, een klein beetje kruidnagelpoeder, basilicum, oregano en een klein beetje rozemarijn. Meng regelmatig goed door zodat de kruiden goed verdeeld raken.
Bak in een koekepan de spekdobbelsteentjes uit (als alternatief gebruik ik ook wel plakjes ontbijtspek, deze dan krokant bakken)
Fruit in een andere koekepan de uitjes, voeg als deze glazig worden de paprika toe(N.B.: doe dit niet te vroeg, van lang doorsudderen wordt paprika niet lekkerder).
Verhit in de derde koekepan of de wok voldoende boter of olie, kneus een aantal knoflookteentjes naar smaak en voeg deze aan de boter/olie toe. Bak/wok hierin de levertjes gedurende circa 10 minuten onder regelmatig omschudden/keren.
Voeg dan de gebakken spekdobbelsteentjes toe (als je plakjes ontbijtspek gebruikt leg je die pas op het bord over de levertjes) en de gefruitte uien en paprika's.
Om te controleren of de levertjes gaar zijn kun je een houten of kunststofspatel tussen de twee lobben van een levertje zetten: deze horen dan met een lichte beweging over de bodem van de pan van elkaar gescheiden te kunnen worden. Probeer vervolgens een groter levertje met de spatel door te drukken: als ze gaar zijn lukt dit in een keer, zonder dat de lever vervormt, en is het snijvlak geheel egaal van kleur.
Serveren met rijst of aardappelschijfjes en bijvoorbeeld sperciebonen of haricots verts.
Eet smakelijk (nee, geen foto hierbij: levertjes koelen nog al snel af dus ik heb ze zo snel mogelijk opgegeten)
Reken 125-150 gram kippelevertjes per persoon. Overige benodigdheden: spekdobbelsteenjes, een ui, een rode en een groene paprika, knoflook, een goed gevuld kruidenrek, boter of olie en drie koekenpannen (of 2 + een wok)
De verpakking van kippelevertjes bevat soms nogal wat bloed, ik gooi ze daarom altijd eerst even in een vergiet en spoel ze met lauw water af. Daarna dien je ze wel goed uit te laten lekken en tenslotte droog te deppen.
Snijdt de ui fijn, ontdoe de paprika's van de zaadlijsten en snijdt deze in smalle reepjes of in stukjes.
Doe de levertjes in een grote schaal en voeg zout naar smaak toe en vervolgens cayennepeper, wat paprikapoeder, een klein beetje kruidnagelpoeder, basilicum, oregano en een klein beetje rozemarijn. Meng regelmatig goed door zodat de kruiden goed verdeeld raken.
Bak in een koekepan de spekdobbelsteentjes uit (als alternatief gebruik ik ook wel plakjes ontbijtspek, deze dan krokant bakken)
Fruit in een andere koekepan de uitjes, voeg als deze glazig worden de paprika toe(N.B.: doe dit niet te vroeg, van lang doorsudderen wordt paprika niet lekkerder).
Verhit in de derde koekepan of de wok voldoende boter of olie, kneus een aantal knoflookteentjes naar smaak en voeg deze aan de boter/olie toe. Bak/wok hierin de levertjes gedurende circa 10 minuten onder regelmatig omschudden/keren.
Voeg dan de gebakken spekdobbelsteentjes toe (als je plakjes ontbijtspek gebruikt leg je die pas op het bord over de levertjes) en de gefruitte uien en paprika's.
Om te controleren of de levertjes gaar zijn kun je een houten of kunststofspatel tussen de twee lobben van een levertje zetten: deze horen dan met een lichte beweging over de bodem van de pan van elkaar gescheiden te kunnen worden. Probeer vervolgens een groter levertje met de spatel door te drukken: als ze gaar zijn lukt dit in een keer, zonder dat de lever vervormt, en is het snijvlak geheel egaal van kleur.
Serveren met rijst of aardappelschijfjes en bijvoorbeeld sperciebonen of haricots verts.
Eet smakelijk (nee, geen foto hierbij: levertjes koelen nog al snel af dus ik heb ze zo snel mogelijk opgegeten)
zondag, januari 15, 2006
Taartcréme.
Hiervoor gebruik ik tegenwoordig als basis een produkt van Baukje: poeder voor gele banketbakkersroom. De creme de beurre die ik vroeger gebruikte bevat namelijk ei en aangezien het niet gekookt wordt en ik erg gevoelig ben voor infecties door de medicijnen die ik gebruik ben ik daar maar van afgestapt.
Maak de banketbakkers room volgens de gebruiksaanwijzing (400 cc water en daar al roerend de inhoud van het pakje aan toevoegen, simpel hè). Plaats dit daarna gedurende circa dertig minuten in de koelkast.
Laat ondertussen 170 gram roomboter en 170 gram margarine (eventueel kan de roomboter geheel vervangen door margarine) zacht worden. Meng 160 gram (poeder)suiker en veertig gram cacao. Los als je er een moccacrème van wilt maken anderhalf a twee lepels oploskoffie op in zo min mogelijk heet water.
voeg de suiker, cacao en eventueel het koffieextract aan de boter toe en meng dit met de mixer tot een luchtig geheel, voeg daarna de inmiddels opgesteven room in gedeeltes onder goed roeren toe tot een luchtige crème is verkregen.
Halveer nu de taart en neem de bovenste helft er af. Bedek de bodem met circa tweederde van het mengsel en plaats de bovenste helft terug. Strijk eventueel uitstekende crème glad of bestrijk de gehele zijkant met de crème. Rol de zijkant desgewenst nog door notenstrooisel of hagelslag.
Bedek vervolgens de bovenkant van de taart met het warme glazuur en strijk dit gelijkmatig uit.
Doe de rest van de crème in een spuitzak (vouw er zelf één van bakpapier als je die niet hebt) en versier de bovenkant van de taart met tekst, rozettjes en dergelijke. Werk het geheel tenslotte af met wat taartdecoratiechocolaatjes (ook van Baukje) en bewonder het resultaat.
Maak de banketbakkers room volgens de gebruiksaanwijzing (400 cc water en daar al roerend de inhoud van het pakje aan toevoegen, simpel hè). Plaats dit daarna gedurende circa dertig minuten in de koelkast.
Laat ondertussen 170 gram roomboter en 170 gram margarine (eventueel kan de roomboter geheel vervangen door margarine) zacht worden. Meng 160 gram (poeder)suiker en veertig gram cacao. Los als je er een moccacrème van wilt maken anderhalf a twee lepels oploskoffie op in zo min mogelijk heet water.
voeg de suiker, cacao en eventueel het koffieextract aan de boter toe en meng dit met de mixer tot een luchtig geheel, voeg daarna de inmiddels opgesteven room in gedeeltes onder goed roeren toe tot een luchtige crème is verkregen.
Halveer nu de taart en neem de bovenste helft er af. Bedek de bodem met circa tweederde van het mengsel en plaats de bovenste helft terug. Strijk eventueel uitstekende crème glad of bestrijk de gehele zijkant met de crème. Rol de zijkant desgewenst nog door notenstrooisel of hagelslag.
Bedek vervolgens de bovenkant van de taart met het warme glazuur en strijk dit gelijkmatig uit.
Doe de rest van de crème in een spuitzak (vouw er zelf één van bakpapier als je die niet hebt) en versier de bovenkant van de taart met tekst, rozettjes en dergelijke. Werk het geheel tenslotte af met wat taartdecoratiechocolaatjes (ook van Baukje) en bewonder het resultaat.
Taartglazuur.
Voor het maken van chocoladegazuur zijn verschillende mogelijkheden.
Een bais glazuur recept is 100 gram gezeefde poedersuiker plus één lepel vloeistof. Deze vloeistof kan van alles zijn en bepaald de smaak van het glazuur. Zo kan je kiezen voor 1 lepel citroendsap, of sinaasappelsap, vruchtensap, koffieextract (of of 1 1/2 lepel oploskoffie opgelost in ruim 1 lepel heet water).
De poedersuiker met de vloeistof roeren tot de stroop dik vloeibaar en glanzend is.
Voor chocolade glazuur nemen we anderhalve lepel cacaopoeder en ruim 1 lepel water.
Voor mocca 1 lepel cacaopoeder en een halve lepel oploskoffie (deze als eerste oplossen in ruim 1 lepel heet water).
Dit recept geeft een vrij lichte, zachte glazuur. Omdat ik een chocoladetaart maak heb ik deze keer gekozen voor de tweede methode die een steviger chocoladeglazuur geeft:
Neem 100 gram pure chocolade en breek deze in stukjes in een kom, voeg anderhalve lepel water toe (voor mocca anderhalve lepel oploskoffie in 2 lepels heet water oplossen en toevoegen, of anderhalf a twee lepels koffieextract gebruiken). Smelt de chocolade op een zo klein mogelijke vlam of liever nog au bain marie (vul een pannetje met water en hang de kom met chocololade hier in (het mooiste is als de kom met de handgrepen op de rand van het pannetje blijft hangen) en verwarm het water zodat de chocolade langzaam smelt. Roer geregeld goed tot alle chocolade gesmolten is en een stroperige massa is ontstaan. Giet de warme glazuur over de taart en strijk dit gelijkmatig uit.
Een bais glazuur recept is 100 gram gezeefde poedersuiker plus één lepel vloeistof. Deze vloeistof kan van alles zijn en bepaald de smaak van het glazuur. Zo kan je kiezen voor 1 lepel citroendsap, of sinaasappelsap, vruchtensap, koffieextract (of of 1 1/2 lepel oploskoffie opgelost in ruim 1 lepel heet water).
De poedersuiker met de vloeistof roeren tot de stroop dik vloeibaar en glanzend is.
Voor chocolade glazuur nemen we anderhalve lepel cacaopoeder en ruim 1 lepel water.
Voor mocca 1 lepel cacaopoeder en een halve lepel oploskoffie (deze als eerste oplossen in ruim 1 lepel heet water).
Dit recept geeft een vrij lichte, zachte glazuur. Omdat ik een chocoladetaart maak heb ik deze keer gekozen voor de tweede methode die een steviger chocoladeglazuur geeft:
Neem 100 gram pure chocolade en breek deze in stukjes in een kom, voeg anderhalve lepel water toe (voor mocca anderhalve lepel oploskoffie in 2 lepels heet water oplossen en toevoegen, of anderhalf a twee lepels koffieextract gebruiken). Smelt de chocolade op een zo klein mogelijke vlam of liever nog au bain marie (vul een pannetje met water en hang de kom met chocololade hier in (het mooiste is als de kom met de handgrepen op de rand van het pannetje blijft hangen) en verwarm het water zodat de chocolade langzaam smelt. Roer geregeld goed tot alle chocolade gesmolten is en een stroperige massa is ontstaan. Giet de warme glazuur over de taart en strijk dit gelijkmatig uit.
zaterdag, januari 14, 2006
Chocotaart.
Morgen ga ik naar een verjaardag en op verzoek van de jarige moet er deze keer een chocotaart komen. Hiervoor begin ik met een basis cakerecept:
200 gram (room)boter, 200 gram (basterd)suiker, 200 gram zelfrijzend bakmeel, 4 eieren, 1 zakje vanillesuiker, geraspte schil van 1 citroen (of ca. een afgestreken eetlepel citroenrasp (Baukje)
Laat de boter zacht worden (niet helemaal laten smelten, dat komt de structuur van de taart niet ten goede). Roer de boter met de suiker en vanillesuiker tot een crème, voeg nu de citroenschil/rasp en de 4 eieren toe (wel eerst breken en de eierschalen weggooien hè, die doen het niet zo best in een taart) en dit weer tot een gladde massa roeren. Nu in gedeelten onder voortdurend roeren het bakmeel toevoegen tot een gladde tamelijk stijve massa is ontstaan.
Voor het chocodeel maakt je nog een portie cakebeslag, maar nu voeg je als laatste een mengsel van 80 gram suiker en 40 a 50 gram cacaopoeder toe. (N.B.: wil je een cake maken in een gewone cakevorm dan neem je de helft van het beslag en voegt daar 40 gram suiker en 20-25 gram cacao toe)
Vet een grote(28 cm minimaal) springvorm goed in en bepoeder deze met bloem (de cake komt als het goed is ook vanzelf los van de wand als hij gaar is, maar mijn ervaring is dat toch even invetten en bepoederen meer zekerheid geeft over een onbeschadigd bakresultaat)en verdeel het blanke en choco-beslag om en om (in lagen, of b.v. in een spiraal, net wat je leuk vindt) in de vorm.
Plaats de vorm midden in een voorverwarmde, matig warme (gas 180 graden, hetelucht 160 graden)oven gedurende circa 1 uur(cakevorm)tot circa 5 kwartier (grote taart in springvorm). De cake is gaar als hij van de wand loslaat en een erin gestoken breinaald er droog uit komt.
Morgen zal ik hem nog vullen met een cremelaag en van chocoladeglazuur en wat garnering voorzien. Hoe de crème en dergelijke bereidt moet worden vertel ik morgen, en hopelijk kan ik er dan ook een plaatje van een geslaagde taart bij plaatsen.
200 gram (room)boter, 200 gram (basterd)suiker, 200 gram zelfrijzend bakmeel, 4 eieren, 1 zakje vanillesuiker, geraspte schil van 1 citroen (of ca. een afgestreken eetlepel citroenrasp (Baukje)
Laat de boter zacht worden (niet helemaal laten smelten, dat komt de structuur van de taart niet ten goede). Roer de boter met de suiker en vanillesuiker tot een crème, voeg nu de citroenschil/rasp en de 4 eieren toe (wel eerst breken en de eierschalen weggooien hè, die doen het niet zo best in een taart) en dit weer tot een gladde massa roeren. Nu in gedeelten onder voortdurend roeren het bakmeel toevoegen tot een gladde tamelijk stijve massa is ontstaan.
Voor het chocodeel maakt je nog een portie cakebeslag, maar nu voeg je als laatste een mengsel van 80 gram suiker en 40 a 50 gram cacaopoeder toe. (N.B.: wil je een cake maken in een gewone cakevorm dan neem je de helft van het beslag en voegt daar 40 gram suiker en 20-25 gram cacao toe)
Vet een grote(28 cm minimaal) springvorm goed in en bepoeder deze met bloem (de cake komt als het goed is ook vanzelf los van de wand als hij gaar is, maar mijn ervaring is dat toch even invetten en bepoederen meer zekerheid geeft over een onbeschadigd bakresultaat)en verdeel het blanke en choco-beslag om en om (in lagen, of b.v. in een spiraal, net wat je leuk vindt) in de vorm.
Plaats de vorm midden in een voorverwarmde, matig warme (gas 180 graden, hetelucht 160 graden)oven gedurende circa 1 uur(cakevorm)tot circa 5 kwartier (grote taart in springvorm). De cake is gaar als hij van de wand loslaat en een erin gestoken breinaald er droog uit komt.
Morgen zal ik hem nog vullen met een cremelaag en van chocoladeglazuur en wat garnering voorzien. Hoe de crème en dergelijke bereidt moet worden vertel ik morgen, en hopelijk kan ik er dan ook een plaatje van een geslaagde taart bij plaatsen.
zaterdag, december 24, 2005
Tulband.
Hm, hoewel de naam daar waarschijnlijk wel aan ontleend is was dat niet helemaal wat ik bedoelde. Voor mijn tulband heb je nodig:
250 gram bloem, 20 gram gist, 1 dl melk, 50 gram basterdsuiker, 50 gram boter, 2 eieren en de schil van 1 citroen. Voor de vulling 100 gram sukade, 100 gram rozijnen en 100 gram krenten en een glas strohrum (of als je iets tegen alcohol hebt, die tijdens het bakken echt wel verdwijnt trouwens, wat rumessence). En voor het opmaken poedersuiker en bigarreaux (geconfijte kersen)
Was eerst de krenten en rozijnen, stort ze op een schone theedoek, sla de theedoek eroverheen en wrijf de krenten en rozijnen weer enigszins droog. Gooi ze daarna in een schaaltje en voeg de rum toe en laat ze hierin trekken (gebruikt je essence dan de krenten en rozijnen gewoon laten staan om te drogen).
Maak ondertussen van bloem, gist, melk, suiker, gesmolten boter, eieren en de citroenrasp een gistbeslag. Zet dit in de (met een licht vochtige theedoek afgedekte) beslagkom op een (niet te) warme tochtvrije plaats en laat het gedurende een uur rijzen. Hierna aan het beslag de sukade en de in rum geweekte krenten en rozijnen toevoegen (niet de rum, dan komt er teveel vocht in het beslag en zal het waarschijnlijk niet meer rijzen, gebruik als je toch iets meer rumsmaak wilt eventueel wat rumessence)(gebruik je essence dan ook deze -afhankelijk van het merk, meestal is twee theelepels voldoende- nu toevoegen). Meng alles goed door en stort het in de tulbandvorm (geen tulbandvorm? geen probleem, in een gewone cakevorm gaat het net zo goed, alleen krijg je ipv een tulband een model krentenbrood)
Laat het daarna nog enige tijd rijzen en plaats de vorm daarna in een goed warme (gas 200 graden, hetelucht 180 graden) oven en laat de tulband gedurende ongeveer een uur bakken. Controleer met een breinaald even of hij echt gaar is. Is dit het geval (de breinaald komt droog weer uit de tulband) dan de vorm uit de oven nemen, met een paar stoten tegen de omtrek ervoor zorgen dat de tulband rondom los is en deze uit de vorm op een taartrooster storten.
Laat de tulband afkoelen. Maak van 50 gram poedersuiker en een paar druppels water (of, wat ik vaak doe, een paar druppels vruchtensap, b.v. citroensap) een glazuur en bestrijk hiermee de bovenkant en leg hierop enkele gehalveerde bigarreaux. Bestrooi tenslotte (vlak voor het opdienen) de zijkanten en de binnenkant nog met poedersuiker.
N.B.: de glazuur dient dus eigenlijk alleen om de bigarreaux op hun plaats te houden.
Eet smakelijk en allemaal: Prettige Kerstdagen
zondag, juni 12, 2005
Boterkoek
Deze keer een niet te moeilijk maar wel erg lekker recept: boterkoek.
Benodigdheden:
200 gram (room)boter
175 gram basterdsuiker
175 gram patentbloem
2 eieren
1 zakje vanillesuiker
Boterkoekvorm of andere ondiepe vorm (rond 24 is een mooie maat)
Bereiding:
Doe de boter in een beslagkom en laat deze zacht worden (op de kachel of kort in de magnetron, niet helemaal vloeibaar laten worden!)
Voeg de basterdsuiker toe en klop dit tot een rul mengsel. Voeg 1 ei en de vanillesuiker toe en meng dit erdoor. Voeg als laatste onder voortdurend mengen de bloem in gedeeltes toe en meng alles goed tot een gelijkmatig, vrij taai/stroperig deeg ontstaat.
Vet de vorm licht in met wat boter en bestrooi deze licht met wat bloem.
Verwarm ondertussen de oven voor op 200 graden.
Vul de vorm met het deeg en strijk dit glad.
Klop het laatste ei en bestrijk de bovenzijde hier licht mee (Licht! het hoeft er niet allemaal op!)
Plaats de vorm in het midden van de voorverwarmde oven en bak gedurende 8 minuten (op dat moment hoort de boterkoek net een lichtbruin randje te krijgen).
Zet de oven uit en laat de boterkoek nog 15 tot 20 minuten in de gesloten oven staan om na te garen.
Neem de boterkoek uit de oven en laat hem afkoelen.
Snijdt de boterkoek (als het een boterkoekvorm is) los (of klop deze met enige stevige stoten tegen de wand van de vorm los als je een andere vorm gebruikt) en stort deze op een bord of een taartrooster.
Keer de boterkoek om, snijdt hem in stukjes en begin te smullen.
Benodigdheden:
200 gram (room)boter
175 gram basterdsuiker
175 gram patentbloem
2 eieren
1 zakje vanillesuiker
Boterkoekvorm of andere ondiepe vorm (rond 24 is een mooie maat)
Bereiding:
Doe de boter in een beslagkom en laat deze zacht worden (op de kachel of kort in de magnetron, niet helemaal vloeibaar laten worden!)
Voeg de basterdsuiker toe en klop dit tot een rul mengsel. Voeg 1 ei en de vanillesuiker toe en meng dit erdoor. Voeg als laatste onder voortdurend mengen de bloem in gedeeltes toe en meng alles goed tot een gelijkmatig, vrij taai/stroperig deeg ontstaat.
Vet de vorm licht in met wat boter en bestrooi deze licht met wat bloem.
Verwarm ondertussen de oven voor op 200 graden.
Vul de vorm met het deeg en strijk dit glad.
Klop het laatste ei en bestrijk de bovenzijde hier licht mee (Licht! het hoeft er niet allemaal op!)
Plaats de vorm in het midden van de voorverwarmde oven en bak gedurende 8 minuten (op dat moment hoort de boterkoek net een lichtbruin randje te krijgen).
Zet de oven uit en laat de boterkoek nog 15 tot 20 minuten in de gesloten oven staan om na te garen.
Neem de boterkoek uit de oven en laat hem afkoelen.
Snijdt de boterkoek (als het een boterkoekvorm is) los (of klop deze met enige stevige stoten tegen de wand van de vorm los als je een andere vorm gebruikt) en stort deze op een bord of een taartrooster.
Keer de boterkoek om, snijdt hem in stukjes en begin te smullen.
vrijdag, juni 03, 2005
Aardappel Anders; maar dan anders.
De eerste keer dat ik Aardappel Anders gebruikte vond ik er niet veel aan. Dat komt doordat ik vind dat een ovenschotel een maaltijdschotel moet zijn. Ik ben daarom aan het experimenteren geslagen en dit leidde in de loop van de tijd tot enkele in mijn ogen zeer geslaagde variaties.
Benodigdheden:
1 pot Aardappel Anders Tuinkruiden&Knoflook
800 gr. aardappels (600-700 gram geschild)
1 bakje champignons
2 paprika's (ik gebruik voor wat kleur altijd een gele + een rode)
1 courgette
4 tomaten (indien gewenst gepeld)
350 gram gekruid rundergehakt
3 grote teentjes knoflook (of 1 afgestreken eetlepel knoflookpoeder) *)
1 eetlepel sambal (setan als je echt pittig wilt) *)
Tabasco *)
Ketjap Manis
Worcester sauce
olie
eventueel geraspte kaas
*) als je niet zo van pittig of van knoflook houdt kan je deze ingediënten evt. achterwege laten of verminderen.
Bereiding: schil de aardappels en snijdt deze in plakjes van ca. 3mm
Snijd ongeveer 2/3 van het bakje champignons in plakjes of partjes (het restant kan, evt. in plakjes of partjes gesneden, in de diepvries bewaard worden voor b.v. een ommelet champignons)
Ontdoe de paprika's van de zaadlijsten en snijd deze in reepjes of stukjes
Snijd de courgette in blokjes
Snijd de tomaten in partjes
Ontdoe de knoflookteentjes van het velletje, kneus ze en hak ze zeer fijn
Omdat bij het bakken van champignons in eerste instantie nogal wat vocht vrijkomt geef ik er de voorkeur aan deze eerst voor te bakken. Laat ze daarna in een zeef of vergiet uitlekken en afkoelen.
Smeer een ruime ovenschaal licht in met olie en bekleedt de bodem en wanden geheel met een laag aardappelschijfjes.
Verhit wat olie in een wok (of grote koekepan) tot deze net begint te dampen. Voeg als eerste de knoflook toe, vervolgens de sambal, tabasco naar smaak, 2 eetlepels ketjap manis en 1 eetlepel worcester saus en roer alles goed door. (pas op bij het toevoegen van de ketjap en worcestersauce: dit kan even behoorlijk spatten!)
Voeg zodra dit weer op temperatuur is de gehakt toe en bak deze rul (NB hoeft niet door en door gaar -dat komt in de oven wel- maar wel geheel los)
Voeg als de gehakt rul is achtereenvolgens de champignons, courgette, paprika en tomaten toe. Roer het mengsel goed door zodat alles goed gemengd is en alles met elkaar in contact komt. Doe dit maar kort: ook de groenten worden in de oven verder gegaard!
Om te voorkomen dat de schotel te vochtig wordt verdiend het aanbeveling wat van het vrijgekomen vocht af te gieten.
Vul de met aardappelschijfjes bekleedde ovenschaal met het mengsel en dek dit af met de rest van de aardappelschijfjes.
Verdeel tenslotte de Aardappel Anders over de bovenzijde.
Verwarm de oven voor op 200 graden en plaats de schotel in het midden van de oven gedurende 50 minuten. Desgewenst kan de schotel 5 a 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd nog bestrooid worden met geraspte kaas.
Ik zelf kan van een dergelijke schotel 2 dagen eten, maar dan heb ik beslist geen behoeft aan voor- of nagerecht. Met gemiddelde eters en een soepje vooraf en een nagerecht zal deze schotel voldoende zijn voor 4 personen.
Zelf serveer ik hem altijd graag met een schaaltje appelmoes.
Eet smakelijk!
Benodigdheden:
1 pot Aardappel Anders Tuinkruiden&Knoflook
800 gr. aardappels (600-700 gram geschild)
1 bakje champignons
2 paprika's (ik gebruik voor wat kleur altijd een gele + een rode)
1 courgette
4 tomaten (indien gewenst gepeld)
350 gram gekruid rundergehakt
3 grote teentjes knoflook (of 1 afgestreken eetlepel knoflookpoeder) *)
1 eetlepel sambal (setan als je echt pittig wilt) *)
Tabasco *)
Ketjap Manis
Worcester sauce
olie
eventueel geraspte kaas
*) als je niet zo van pittig of van knoflook houdt kan je deze ingediënten evt. achterwege laten of verminderen.
Bereiding: schil de aardappels en snijdt deze in plakjes van ca. 3mm
Snijd ongeveer 2/3 van het bakje champignons in plakjes of partjes (het restant kan, evt. in plakjes of partjes gesneden, in de diepvries bewaard worden voor b.v. een ommelet champignons)
Ontdoe de paprika's van de zaadlijsten en snijd deze in reepjes of stukjes
Snijd de courgette in blokjes
Snijd de tomaten in partjes
Ontdoe de knoflookteentjes van het velletje, kneus ze en hak ze zeer fijn
Omdat bij het bakken van champignons in eerste instantie nogal wat vocht vrijkomt geef ik er de voorkeur aan deze eerst voor te bakken. Laat ze daarna in een zeef of vergiet uitlekken en afkoelen.
Smeer een ruime ovenschaal licht in met olie en bekleedt de bodem en wanden geheel met een laag aardappelschijfjes.
Verhit wat olie in een wok (of grote koekepan) tot deze net begint te dampen. Voeg als eerste de knoflook toe, vervolgens de sambal, tabasco naar smaak, 2 eetlepels ketjap manis en 1 eetlepel worcester saus en roer alles goed door. (pas op bij het toevoegen van de ketjap en worcestersauce: dit kan even behoorlijk spatten!)
Voeg zodra dit weer op temperatuur is de gehakt toe en bak deze rul (NB hoeft niet door en door gaar -dat komt in de oven wel- maar wel geheel los)
Voeg als de gehakt rul is achtereenvolgens de champignons, courgette, paprika en tomaten toe. Roer het mengsel goed door zodat alles goed gemengd is en alles met elkaar in contact komt. Doe dit maar kort: ook de groenten worden in de oven verder gegaard!
Om te voorkomen dat de schotel te vochtig wordt verdiend het aanbeveling wat van het vrijgekomen vocht af te gieten.
Vul de met aardappelschijfjes bekleedde ovenschaal met het mengsel en dek dit af met de rest van de aardappelschijfjes.
Verdeel tenslotte de Aardappel Anders over de bovenzijde.
Verwarm de oven voor op 200 graden en plaats de schotel in het midden van de oven gedurende 50 minuten. Desgewenst kan de schotel 5 a 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd nog bestrooid worden met geraspte kaas.
Ik zelf kan van een dergelijke schotel 2 dagen eten, maar dan heb ik beslist geen behoeft aan voor- of nagerecht. Met gemiddelde eters en een soepje vooraf en een nagerecht zal deze schotel voldoende zijn voor 4 personen.
Zelf serveer ik hem altijd graag met een schaaltje appelmoes.
Eet smakelijk!
Abonneren op:
Posts (Atom)