Meet&Friet
Ik stapte in de mij volslagen onbekende stad uit de trein. Toen ik op het perron stond overdacht ik de gebeurtenissen van de afgelopen week nog eens. Op dinsdag had hij mij gebeld. We hadden een tijd gesproken over de nieuwste ontwikkelingen. En toen was hij ineens op een heel ander onderwerp overgestapt. Hij had iets nieuws ontdekt: Meet&Friet zou dat heten. Het leek hem leuk ook eens zoiets met mij te organiseren en aangezien vrienden van hem hun “frietkot” zouden openen moest het maar gelijk deze week worden. Toen hij eenmaal had uitgelegd wat het nou eigenlijk inhield had ik nog maar één bezwaar: gezien de afstand zou ik waarschijnlijk moeten overnachten. Dat was geen enkel probleem: hij kende een cafébaas die wel eens een kamertje boven het café verhuurde. Meestal aan studenten die te lam waren om nog naar huis te fietsen maar hij kon wel wat voor me regelen.
Dus hier stond ik nu op een verlaten stationsplein. VVV al gesloten, geen stadsplattegrond te bekennen. Ik ging de stationsrestauratie maar binnen. Even een pilsje en dan eens horen of die wisten waar ik precies moest wezen. Aan een tafeltje zat een groep jongelui; studenten te oordelen aan de spijkerbroek gecombineerd met een colbert en overhemd met stropdas.
Aangezien we elkaar bij het café zouden ontmoeten en ik me mijn eigen studententijd nog goed herinnerende besloot ik dat er een heel behoorlijke kans was dat zij me zouden kunnen vertellen hoe ik het café kon vinden. Toen ik naar café de Papegaai vroeg schoot één van de jongens in de lach “wat moet je daar dan opa, dat is een simpel buurtcafeetje”. Toen ik vertelde dat ik een bekende zou bezoeken hier in de stad en dat we elkaar daar zouden ontmoeten werd zijn blik een stuk vriendelijker “en wie moet je dan wel hebben, ik ben daar kind aan huis” Ik had de naam Lennard nog niet uitgesproken of de student sprong overeind en riep “Centeknieper, joh die ken ik hartstikke goed” en gaf me een hand. “Ik rij je er wel even heen….of ben je bang achterop een fiets?”
Even later zat ik achterop een fiets met een wild pendalende, alle verkeersregels negerende Thomas (hij had gezegd "iedereen noemt me Stuud", maar ik hield het voorlopig maar op Thomas) die me in minder dan tien minuten naar café de Papegaai bracht. Daar zat Lennard al achter een glas wijn te wachten. “Je weet ze wel uit te zoeken hè” begon deze zijn begroeting “die raak je niet meer kwijt voor het bier op is. Hoe is ’t er mee”. Onder het genot van wijn (Lennard) een goede Scotch (ik) en drie pullen bier (Stuud), werd, zoals bij ontmoetingen tussen oude maar inmiddels vaag geworden bekenden gebruikelijk, bijgepraat. De consumpties werden geserveerd door een niet al te fit ogende cafébaas die luisterde naar de naam Bolle. Hierna togen we gedrieën naar de overkant waar het “Frietkot” zoals Lennard het aanduidde gevestigd bleek. Rare naam. Ik dacht eerst dat er stond “Hans en Grietje” maar het bleek “Rans en Frietje” te zijn. Toen ik tegen Lennard zei dat ik hoopte dat het Rans niet op het frituurvet sloeg, kreeg ik een dreunende slag op mijn schouder. Hij vertelde dat hij de boekhouding deed en er dus wel voor zorgde dat het allemaal perfect in orde was: dat is gewoon een stuk beter voor de omzet en dus de winst.
De friet bleek inderdaad perfect. Goudgeel, gaar, heet, niet te veel zout erop en vooral veel. Héél veel. Na de Friet zetten we de Meet nog een paar uur voort in de Papegaai. Pas toen Lennard wilde vertrekken dacht ik weer aan mijn overnachting. Dat bleek geregeld: twintig Euro inclusief ontbijt (hij fluisterde me toe: “dat zullen wel twee tosti’s en een paar te hard gekookte eieren zijn, weggespoeld met een paar glazen bier”); een zeer gunstige regeling. Maar van een collega Boekhoudcommando had ik ook niets anders verwacht.
Nadat Lennard vertrokken was bleven we met de Bolle en een groep studenten (waaronder inderdaad nog steeds Stuud) aan de bar zitten praten. De Bolle oogde nog steeds niet echt fit en werd door de studenten behoorlijk onder vuur genomen. Toen één van hen vroeg of er in plaats van André Hazes niet een lekkere Lambada in kon kreunde de Bolle “Nooit meer, die Lambada heeft me de das omgedaan”. Er ging een luid gelach op “het zal de Freule wel geweest zijn” schaterde Stuud. Op mijn niet begrijpende blik kreeg ik, onder herhaald protest van de Bolle, een gekruid verhaal te horen over de gebeurtenissen bij de opening van het frietkot de avond te voren.
Tot zo ver mijn bijdrage aan de Frietsoap. Meer lezen of zelf een aflevering schrijven? Ga dan eens kijken op

Geen opmerkingen:
Een reactie posten