Hoewel voor de laatste verkiezingen vele politici luidkeels riepen dat er een eind moest komen aan de achterkamertjespolitiek blijkt de politieke besluitvorming zich nog altijd steeds meer aan het zicht van het publiek te onttrekken.
In totaal zijn bijna driehonderd adviescommissies door de Nederlandse overheid ingesteld. En waar tot maart 2004 gemiddeld 9 commissies per jaar werden ingesteld is dat aantal sinds die tijd gegroeid tot gemiddeld 18 per jaar.
Bij de benoeming van de voorzitters lijkt het daarbij niet zozeer te gaan om de deskundigheid maar meer om de politieke voorkeur van de kandidaat. Van 21, van de sinds maart vorig jaar ingestelde 26 commissie, is de politieke voorkeur van de voorzitter bekend: 17 daarvan zijn lid van CDA of VVD. Oud CDA fractie-voorzitter Elco Brinkman spant de kroon met drie voorzitterschappen.
De benoemingen lijken vooral verband te houden met het opgenomen zijn in het juiste vriendjes-netwerk, dat bovendien sterke banden heeft met het bedrijfsleven. Groen-Links-kamerlid Duyvendak bekritiseerde vorig jaar maart al dit elkaar baantjes toeschuivende netwerk van (oud)politici.
De meeste commissievoorzitters vervullen talrijke nevenfuncties, waaronder commissariaten. Zelfs tegenstrijdige belangen zijn geen beletsel. Zo is Brinkman voorzitter van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf en adviseerde hij tevens over de toekomst van de Zuidas in Amsterdam.
Helaas ken ik geen CDA of VVD politici waarmee ik vriendjes zou willen zijn. Wat gelijk verklaard waarom ze mij nou nooit eens vragen voor zo'n voorzitterschap.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten