Er is in tweeduizend jaar eigenlijk maar weinig veranderd. Toen waren er geschenken uit het oosten voor het kind. En als je nu onder de kerstboom kijkt komen de geschenken nog steeds voor een groot deel uit het oosten. In 2004 werd in de E.U. voor 4,8 miljard euro aan speelgoed ingevoerd. Eénentachtig procent daarvan kwam uit China.
Ook de boom en de rest van het huis worden trouwens veelal aangekleed met spullen van Chinese makelij: de invoer van electrisehe lampensnoeren en dergelijke van 220 miljoen euro en de invoer van 600 miljoen euro aan ballen, kerststallen, ossen, ezels, sterren en wat er verder nog aan prullaria te koop is komt bijna volledig uit China.
Vooral de Britten zijn, met een invoer van 226 miljoen euro aan kerstkitsch, het meest verzot op kerstglitters, de Duitsers (115 miljoen) en de Italianen (108 miljoen) volgen op ruime afstand.
Aan de andere kant is bubbeltjeswijn voor de E.U. een sterk exportprodukt rond de kerst: 970 miljoen euro in 2004 (waarvan Frankrijk met 740 miljoen het leeuwendeel voor haar rekening neemt).
De kerstbomen zijn en blijven echter voor het grootste deel Europees: Denemarken exporteerd binnen de unie voor 44 miljoen euro aan kerstbomen, België volgt op respectabele afstand op de tweede plaats met 5 miljoen euro aan geëxporteerde bomen. Grootste importeur is Duitsland dat voor 26 miljoen euro kerstbomen uit het buitenland haalt.
Interessant deze cijfers van Eurostat? Niet echt, maar het illustreerd wel weer even haarfijn dat kerst vooral een feest voor de commercie is geworden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten