Je salaris geef je uit aan van alles en nog wat. Geen mens zou het in zijn hoofd halen om het in zijn geheel in zout om te zetten. Toch is dat eigenlijk wel de bedoeling gezien de herkomst van het woord salaris.
Vroeger was zout niet iets wat in iedere supermarkt te koop was. Het had bovendien aanzienlijk meer belang dan alleen het geven van wat smaak aan het eten: zonder zout waren vlees en vis nauwelijks te bewaren. Voordat koel- en vrieskasten voor iedereen beschikbaar waren was zout een eerste levensbehoefte voor elk land.
Omdat zout een waardevol goedje was werd het ook in gestandariseerde hoeveelheiden als betaalmiddel gebruikt. En in het Romeinse leger kregen soldaten een vergoeding in geld om zich van zout te kunnen voorzien: het salarium (sal = zout). Hiervan is ons woord salaris afgeleid.
Je vindt ditzelfde zout ook nog terug in het woord saldo: bij een ruilhandel waarbij goederen van ongelijke waarde werden geruild bleef er een verschil over dat in zout afgerekend werd: het saldo: hetgeen te verrekenen bleef in zout; per sal(do).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten