De overheid voert de komende tijd via spotjes op radio en televisie, een speciale website en een huis-aan-huisfolder een antiterreurcampagne waarin opgeroepen wordt tot extra oplettendheid om de kans op een aanslag te verkleinen.
De campagne geeft het advies vooral op te letten op plaatsen waar mensen bij elkaar zijn, goed op eigendommen te letten, haatzaaiende websites bij de politie te melden en vooral om bij constatering van iets verdachts liever een keer teveel dan een keer te weinig te bellen.
(Ik denk dat ik volgende week maar geen koffie drink voor ik op de trein stap)
De campagne werd vandaag gelanceerd door de ministers Donner en Remkes en de Nationaal coördinator terreurbestrijding T. Joustra in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de 200.000 "professionals" die samenwerken om de kans op een aanslag te beperken: mensen van ondermeer marechaussee, justitie, politie en inlichtingen diensten.
(Hoeveel memorysticks zouden na dit samenzijn de komende tijd op het bureau van Peter R. of van een krant terecht komen?)
De campagne is een, dit jaar 4,8 miljoen euro kostende, reactie op de wens tot meer en betere voorlichting over terrorisme, welke volgens enquetes bij 41% van de bevolking aanwezig is. Waarom de campagne dan over bestrijding gaat en níet over terrorisme is mij een raadsel. De folders en spotjes lijken mij bij uitstek geschikt om de angst onder de bevolking aan te wakkeren in plaats van deze weg te nemen. Bij die 4,8 miljoen mag dus waarschijnlijk nog een veelvoud van dat bedrag geteld worden voor de kosten van vele malen loos alarm.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten